Met port forwarding (poort doorsturen) stuurt je modem verkeer dat op een bepaalde poort binnenkomt door naar één apparaat in je netwerk, zodat dat apparaat van buitenaf bereikbaar is. Voorwaarde is een eigen publiek IP-adres; achter CGNAT werkt het niet (zie de handleiding over CGNAT).
Veilig doorsturen
- Stuur alleen poorten door die je echt nodig hebt en vervang standaardwachtwoorden op het apparaat.
- Zet UPnP uit als je het niet nodig hebt: daarmee openen apparaten zelf poorten zonder dat je het ziet.
- Gebruik DMZ (alle poorten naar één apparaat) nooit als vaste oplossing.
- Voor meerdere apparaten of gevoelige systemen is één VPN-server beter dan veel open poorten. Kies over 4G/5G bij voorkeur UDP (OpenVPN poort 1194, WireGuard poort 51820); een VPN over TCP loopt op mobiel internet vaak vast.
Geef het apparaat een vast intern adres
Zoek in het modem onder DHCP of LAN de optie om een adres te reserveren en koppel het apparaat aan bijvoorbeeld 192.168.1.50. Anders kan het interne adres veranderen en wijst je regel naar het verkeerde apparaat.
Open het menu voor poorten
Het heet bij de meeste modems Port forwarding, Virtual server, NAT of Poort doorsturen, vaak onder Geavanceerd.
Maak een regel
Vul in: een naam, de externe poort (op internet), het interne adres van het apparaat, de interne poort (meestal gelijk) en het protocol (TCP, UDP of beide). De handleiding van het apparaat noemt poort en protocol.
Sla op en test van buitenaf
Test niet vanuit je eigen wifi, maar via de mobiele data van je telefoon (wifi uit): typ je publieke IP-adres met de poort erachter, zoals https://203.0.113.10:8443.
Controleer de firewall van het apparaat
Komt er geen verbinding, dan blokkeert vaak de firewall van het apparaat zelf (Windows, NAS) de poort. Sta de poort daar toe.
Zet nooit Extern bureaublad (RDP, poort 3389) rechtstreeks open op internet; het is een van de meest misbruikte ingangen. Gebruik een VPN.