Een IP-adres is het nummer waarmee een apparaat op internet bereikbaar is. Er zijn twee versies in gebruik: het oude IPv4 en het nieuwere IPv6. Je gebruikt ze meestal naast elkaar zonder het te merken.
IPv4
- Ziet eruit als
203.0.113.10: vier getallen van 0 tot 255. - Ruim vier miljard adressen, en die zijn op. Daarom delen apparaten in huis één publiek adres (NAT in je modem) en delen klanten bij mobiele aanbieders zelfs één adres met elkaar (CGNAT).
- Nog altijd nodig: veel diensten en apparaten werken alleen met IPv4.
IPv6
- Ziet eruit als
2001:db8:1a2b::10: groepen hexadecimale tekens, waarbij reeksen nullen worden ingekort met::. - Praktisch onbeperkt veel adressen. Elk apparaat kan een eigen publiek adres krijgen; NAT is niet meer nodig.
- De firewall van je modem bepaalt wat van buiten bereikbaar is, niet het adres zelf.
Wat merk je ervan?
De meeste modems en netwerken werken 'dual stack': ze gebruiken beide tegelijk en kiezen per verbinding de beste. Steeds meer mobiele netwerken geven ook een IPv6-adres uit. Een camera of NAS bereiken via IPv6 kan dus soms zonder vast IPv4-adres, maar alleen als het apparaat én de plek waar je vandaan verbindt IPv6 ondersteunen. In de praktijk vragen VPN's, whitelists en veel koppelingen nog om IPv4; een vast IP-adres is daarom bijna altijd een IPv4-adres.
Wil je weten of je verbinding IPv6 heeft? Zoek op 'test IPv6' en open een van de testsites; die laat zien welke adressen je verbinding gebruikt.