Een 4G/5G-modem haalt internet uit de lucht via de dichtstbijzijnde zendmast en deelt dat in huis via wifi en kabels. De plek bepaalt voor een groot deel hoe snel je verbinding is.
Waarom de plek zoveel uitmaakt
De snelheid hangt af van de afstand tot de mast, de drukte op de mast, obstakels en de signaalkwaliteit. Hoge frequenties geven de meeste snelheid, maar komen slecht door muren: diep in huis vangt het modem alleen de langzamere lage frequenties op.
Plaats de simkaart
Zit de simkaart er nog niet in, zet het modem dan uit en schuif de kaart in de simsleuf, met het schuine hoekje zoals het tekeningetje bij de sleuf aangeeft. Forceer niets: past de kaart niet, dan is het waarschijnlijk het verkeerde formaat (standaard, micro of nano).
Kies de plek
Bij een raam, zo hoog mogelijk, aan de kant van de zendmast. Niet in de meterkast, een kast of achter de tv, en niet naast metaal, een radiator of koelkast.
Sluit het modem aan
Steek de voeding in het stopcontact en zet het modem aan. Wacht twee tot drie minuten tot de lampjes voor stroom, netwerk en wifi stabiel branden.
Vul zo nodig de pincode in
Vraagt het modem om de pincode van de simkaart, log dan in op het modem en vul de code in. Schakel de pincode daarna uit of laat het modem hem onthouden, anders vraagt het er na elke stroomonderbreking om.
Verbind je apparaten
De wifi-naam en het wifi-wachtwoord staan op de sticker aan de onder- of achterkant. Verbind je telefoon of laptop met dat netwerk, of gebruik een netwerkkabel.
Test twee of drie plekken
Doe op elke plek een snelheidstest, liefst op verschillende momenten, en kies de plek die steeds goed scoort.
Vul een pincode nooit drie keer verkeerd in: de simkaart blokkeert dan en is alleen met de pukcode weer vrij te geven. Zie de handleiding over de pincode van de simkaart.